Al 15 jaar schrijven Koen Marichal en Jesse Segers brieven naar elkaar. Soms in gesproken vorm, soms in geschreven vorm. Het onderwerp is steeds leiderschap in al zijn facetten en uitwerkingen. Van het abstracte naar het concrete en terug. Soms met sterke emoties en soms koel en pragmatisch. En steeds opnieuw zijn ze het eens met elkaar dat ze het niet helemaal eens geraken met elkaar. Omdat ze op verschillende manieren tegenpolen zijn. Maar ook omdat het antwoord op vragen over wat leiderschap is, welk leiderschap nodig is en hoe dat leiderschap ontwikkelt nooit definitief verworven zijn.
Reageren? Mail naar: info@kloosterhof.nl
Koen Marichal
Jesse Segers
Koen Marichal is psycholoog, gastdocent leiderschap in Antwerp Management School, CVA-CNO, TIAS en Sioo, en oprichter van Casa 19 dat collectief leiderschap versterkt. In 2024 verscheen zijn meest recente boek De leider: Dat zijn wij.
Jesse Segers is bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Exeter (VK) en partner van Ginkgo Consulting (BE). Hij helpt leiders en hun organisaties in hun ontwikkeling. Onlangs verscheen het boek Leading from the top:Veranderen en veranderen is drie dat hij schreef met Daan Sorgeloos.
In 2022 schreven ze samen Over leiderschap: 19 inzichten waarin ze recht proberen te doen aan zowel de waarheid als de realiteit van leiderschap. Marichal en Segers roepen op een open idee over leiderschap – ook over dat van jezelf – te koesteren.
Dag Koen,
je brief illustreerde prachtig waarom ik het denken van Camus zo toepasselijk vind op het leiderschapswerk in complexe contexten. “We dweilen met de kraan open, maar we blijven wel dweilen”, was de boodschap van verschillende publieke leiders, schreef je. Als ik het absurde van leiderschap introduceer bij leidinggevenden, zie ik vaak twee reacties: ofwel bevrijding van het absolute ofwel ‘depressie’ door verlies van het absolute. Deze laatste groep schiet snel door in een soort ‘absoluut relativisme’ of nihilisme. Niets doet er dan nog toe. Begrijpelijk, maar dat is net het omgekeerde van het gemeenschapsvormende verzet waar Camus toe oproept en dat zo noodzakelijk is in deze tijd.
Mijn werk ligt vaak in het begeleiden van dat kantelpunt. Niet terug naar het absolute. Ook niet verdwalen in relativisme. Maar hen laten bewegen naar wat ik een ‘relatief absolutisme’ noem.
Als leider kies je je fundamenten. Niet omdat ze gegeven zijn, zoals Albert Camus ons al liet zien, maar precies omdat ze dat niet zijn. Ze zijn contextueel: gebonden aan een opgave, relatie, rol. Of tijdelijk: die top 1000 die je aanhaalde, is inderdaad niet tijdloos. Maar je neemt je fundamenten wel ernstig, je leeft ernaar, zonder ze te verabsoluteren. Je kan ze ook weer verlaten. Het is zoals een acteur die zijn rol volledig belichaamt en tegelijk weet dat het een rol is.
Het is een soort ‘alsof-houding’ zoals de filosoof Hans Vaihinger het beschrijft. Veel van de concepten waarmee we leven zijn geen objectieve waarheden – de vrije wil, het zelf, de markt – maar zijn constructies die wel bruikbaar zijn. Ze zijn niet fout. Het zijn ficties, waar we naar handelen alsof ze waar zijn, omdat dat werkt. Of zoals ze in het systeemdenken zeggen: “Hold your positions lightly.” Misschien is dat in het hedendaagse veranderende tijdsgewricht moeilijker dan ooit.
Ik botste recent op de werken van Michael Foley. In zijn bekendste boek Absurde overvloed raakte hij een snaar bij me. Hij beschrijft hoe we leven in een tijd van overvloed. We kunnen uit te veel kiezen: mogelijkheden, betekenissen, rollen, identiteiten, perspectieven – en geen enkele daarvan heeft nog een vanzelfsprekende autoriteit. Het absurde zit voor hem niet in de zinsloosheid zoals bij Albert Camus, maar in een teveel aan mogelijke ‘zinnen’. Met keuzestress, voortdurende twijfel, … als gevolg.
Recent kwam ik tot een dieper besef rond het belang van stilte voor leiders. Een toevallige samenloop van omstandigheden bracht me hiertoe: het werk van Foley, mijn persoonlijke zoektocht (cf. de twee soorten gulzigheid die ik beschreef), en een driedaagse walkshop in de natuur met zes publieke leiders rond hun leiderschapsidentiteit. Het belang van stilte werd door iedereen op het einde van de walkshop herkend en erkend. Veel van die leiders moeten kiezen zonder zekerheid, in een context waar ze van ‘s morgens tot ‘s avonds prikkels binnen krijgen: mails, sms’en, telefoons, TV, boeken, praten met mensen, … In zo’n context ontstaat gemakkelijk de illusie dat leiderschap voortdurend handelen betekent.
Een oefening die de ‘arrow walk’ of ‘indianenwandeling’ heet, biedt ons tijdens zo’n walkshop dit mooie inzicht. Eén leider mag de groep in stilte leiden gedurende 7 minuten. De rest loopt zoals indianen op 1,5 meter van de leider en doet exact na wat hij of zij doet. Daarna sluit deze weer achteraan aan. Het is een oefening in zowel leiden als volgen. Het bijzondere is dat de leiders die heel veel interventies doen zoals stoppen, achteruitstappen, zigzaggen, een sprintje trekken meestal niet erg geapprecieerd worden door hun volgers. Deze leiders hebben even geproefd van de macht, maar vaak zonder in sync te zijn met de behoefte van de groep. In de debriefing hoor je bij deze leiders de verleiding van de overvloed: er zijn zó veel mogelijke bewegingen dat de leider blijft bewegen, gewoon omdat het kan. Maar de groep raakt vermoeid, gefrustreerd of begrijpt de bedoeling niet meer.
Leiders die het meest geapprecieerd worden, kenmerken zich meestal door schijnbaar zo goed als niets te doen, enkel af en toe om te kijken of iedereen in de groep oké is, door hen persoonlijk aan te kijken. En soms door enkele grote trage bewegingen te maken zoals een wiegende beweging zodat heel het systeem kan volgen. Leiderschap is soms ook gewoon ‘niks’ doen, enkel blijven luisteren naar wat het systeem nodig heeft, en als het goed gaat niet ingrijpen, maar in stilte resoneren. Een vorm van Wu Wei waar het al over gehad hebben.
De leiders die dit doen worden niet altijd (h)erkend door hun leidinggevende, ervaarde ik recent nog. Ik denk dat het deels te maken heeft met een gebrek aan veerkracht bij die leidinggevende. Niet de klassieke versie van veerkracht van terugkeren vanuit een mindere periode, maar net het alledaagse, het gewone, het ‘normale’ terug betekenisvol vinden na een piekperiode. Als het niet lukt gaan die leidinggevenden de organisatie weer opjagen naar het volgende doel, de nieuwe verandering, de nieuwe persoonlijk hit. Niet omdat de omgeving of de organisatie dit vraagt, maar omdat ze niet kunnen wennen aan het ‘alledaagse’. Ze ervaren ‘bewegingsdwang’. Het is een onderschatte vorm van veerkracht, die wel al goed onderzocht is bij topsporters.
Het opzoeken van stilte – of om het met jouw mooie woorden te zeggen: geen afleiding, misleiding of verleiding – helpt leiders om het onderscheid beter te maken tussen wat roept en wat er écht toe doet. Om minder reactief te zijn, om hun gekozen kaders te onderzoeken, om te onderzoeken wat van hen is en wat de omgeving, en om uiteindelijk dat vermogen te ontwikkelen om bewust een tijdelijk fundament te kiezen in plaats van erdoor gekozen te worden. Stilte is een voorwaarde om niet geleefd te worden door complexiteit. Dat is de reden waarom ik als bestuurder hou van lange autoritten in stilte.
Daarom wens ik je in de woorden van de Amerikaanse dichter Charles Wright toe: “Don’t just do something, sit there.”
Jesse
Gaandeweg ontstond er een consensus rond drie kandidaten. Zelfreflectie was het onderscheidende element. De ene had met zijn team ‘moedige gesprekken’ georganiseerd over vertrouwen, geloof en angst. De andere paste collaborative government toe en was aan het leren zich meer vanuit een rol te gedragen. De derde vertelde bewust over het leren vertrouwen van medewerkers. Maar het was meer dan dat. Ze demonstreerden openheid voor reflectie op het moment zelf. Tijdens hun pitch lieten ze ruimte voor vragen, toonden ze interesse in de feedback van de juryleden en dachten ze na over de vragen die ze kregen. Ze hadden met andere woorden mentaal-emotionele ruimte om in dialoog te gaan. Daardoor ontstond een gesprek dat leerrijk was voor iedereen aan tafel.
Doordat hun gedrag klopte met hun verhaal én met de doelstelling van de hele opzet – innoveren is een kwestie van ruimte creëren waarin mensen leren – groeide de gedragenheid voor hun verhaal bij de jury. Er ontstond een levende coherentie. Of anders gezegd: resonantie. En als jury maakte die resonantie het verschil. Het gebeuren bevestigde voor mij opnieuw leiderschap als een levende praktijk, een telkens opnieuw, in het moment zelf, zorg dragen voor wederkerigheid, uitwisseling en voortschrijdend inzicht.
Ruimte als basis voor betekenis
Patrick Kenis maakt in zijn emeritaatsrede exact hetzelfde punt vanuit zijn vakgebied organisatiekunde1. Hij citeerde Hartmut Rosa2: “Spielraum as central precondition for people not only to cope with their world, but to experience it as meaningful.” Om samen te werken heb je ruimte nodig om betekenis te geven aan wat er gebeurt in de samenwerking. Die speelruimte is kwetsbaar, onder meer door de bewegingsdrang zoals jij ze benoemde, de planningsdrift, het instrumentalisme.
Vanuit optimalisatie wordt veel herleid tot kleine, meetbare acties die op zich wel logisch lijken, maar in hun geheel genomen zorgen voor ‘sensemaking overload’ zoals Kenis het noemt. Niemand kan nog een touw vastknopen aan het geheel van beslissingen en geplande acties. Mensen voeren nog uit, maar zonder veel betrokkenheid. Het gevolg: vermoeidheid, morele onthechting en erosie van vertrouwen in het instituut.
Volgens Kenis mogen we niet de hoop koesteren om de institutionele krachten te veranderen. Ze zijn wat ze zijn en zijn ook nodig. Het zijn de rechtstreeks betrokkenen, dicht bij de praktijk, die door samen te denken de ruimte gezond kunnen blijven houden voor hun praktijk. Ze reguleren de spanningen, formaliseren niet meer dan nodig, houden de ambiguïteit intact die nodig is om tot nieuwe inzichten te komen. Ze blijven doen wat echt nodig is en voeren niet zomaar uit wat opgelegd wordt. Ze steken niet meer energie dan nodig in de ‘machinezang’, zoals je het eerder poëtisch en treffend benoemde.
Kenis begon zijn afscheidsrede met een Tiktok-filmpje van conferencier Jan Jaap van der Wal3: “Maar wat die dus kunnen die Vlamingen, en dat is echt een talent, die kunnen dat laten passeren. Dus die informatie komt wel aan, die denken dan van ‘amai, da’s gek’, en dan ‘maar ja, ca va wel’, en dan is dat weg. Maar ook echt weg. Ook niet meer in de cloud of zo… Maar ja, wij zijn Nederlanders, bij ons is het ‘nou, hier moeten we iets mee. Dit gaan we benoemen’.”
Treffend, niet? We komen beiden wel eens in Nederland en waarderen er de directheid en de debatcultuur. Tezelfdertijd is er snel het gevoel van ‘niet alles moet besproken of benoemd worden’. Er zijn de leidinggevenden die heel veel energie steken in plannen, expliciteren, uitleggen en hun licht laten schijnen over van alles en nog wat. En er zijn de leidinggevenden die de ruimte vrijwaren voor mensen om zelf tot inzicht te komen. Met de woorden van schrijfster Edith Wharton die we citeren in ons boek over leiderschap: “There are two ways of spreading light. To be the candle, or the mirror that reflects it.” Ik zet het onderscheid meer en meer centraal in leiderschapsontwikkeling.
Fijne zomer Jesse. Echt weg zijn. Ook niet in de cloud of zo!
Koen
Referenties
Marichal, K., Segers, J. & Sorgeloos, D. (2020). Leading from the middle: Nieuw samenspel tussen de top en het midden van organisaties. Pelckmans.
Informatie
1. Patrick Kenis is emeritus professor aan de Universiteit van Tilburg, socioloog en expert op het vlak van organisatienetwerken en governance. Hij was academic dean van Antwerp Management School van 2010 tot en met 2016. De opname van zijn afscheidsrede Organisatienetwerken hebben geen vrienden … behalve één: Waarom dat zo is, en wat we eraan kunnen doen vind je hier: https://tilburguniversity.cloud.panopto.eu/Panopto/Pages/Viewer.aspx?id=4f3e602d-ce1e-4d62-a2cd-b46500d30d22
2. Voor de nieuwe lezer: Hartmut Rosa is een duitse socioloog en filosoof die als een rode draad door onze briefuitwisseling loopt. Hij spreekt over een samenleving waarin alles versnelt en alles meer onmiddellijk beschikbaar, meetbaar, beheersbaar moet zijn. Die dynamiek creëert een razende stilstand: veel hitte in organisaties – denk aan burn-outs ook – en tezelfdertijd niet langer het gevoel van vooruitgang. Tegenover de vervreemding die dit creëert plaatst hij de resonantie: alles wat waardevol is en ons tot mens maakt heeft wederkerigheid nodig en dus ook ruimte voor ontmoeting, ontdekking. Zijn nieuwste boek onderzoekt dit verder en verschijnt deze maand als De wereld als constellatie.
3. https://www.tiktok.com/@somerandomcompany/video/7515717684567264534